Het aantal woninginbraken lag begin 2026 duidelijk boven dat van 2025. Met de politiecijfers tot en met juli erbij blijkt die stijging vrijwel helemaal in het eerste kwartaal te zitten: vanaf mei liggen de aantallen weer onder die van 2025, drie maanden op rij. Wat wel overeind blijft, is de pakkans: die staat op het laagste punt in de CBS-reeks.
Bijgewerkt op 27 augustus 2026. Dit artikel verscheen op 8 juli met de politiecijfers tot en met mei. Het is nu geactualiseerd met de politiedata tot en met juli 2026 van 17 augustus. Daarbij zijn vier fouten uit de eerste versie hersteld: de piek van 2012 stond op ruim 102.000 en is 92.075, de daling sinds die piek stond op bijna 80 procent en is ruim 75 procent, het cijfer 1 op de 22 gold niet voor woninginbraak maar voor de bredere categorie inclusief schuur en garage, en de stelling dat de zomer het hoogseizoen is klopt niet.
Wat de cijfers tot en met juli laten zien
Van januari tot en met juli 2026 registreerde de politie 11.636 woninginbraken, tegen 11.467 in dezelfde maanden van 2025. Dat is een plus van 1,5 procent. In de versie van 8 juli, met de cijfers tot en met mei, ging het nog om bijna 4 procent. De politie heeft die maanden inmiddels licht naar boven bijgesteld: het eerste kwartaal stond toen op 5.698 en staat nu op 5.729.
| Periode | 2026 | 2025 | Verschil |
|---|---|---|---|
| Eerste kwartaal | 5.729 | 5.195 | plus 10,3 procent |
| Tweede kwartaal | 4.314 | 4.620 | min 6,6 procent |
| Januari tot en met juli | 11.636 | 11.467 | plus 1,5 procent |
Per maand wordt het patroon duidelijk. Vergeleken met 2025 kwam januari uit op plus 3,5 procent, februari op plus 8,8, maart op plus 21,3 en april op plus 5,2. Daarna kantelt het: mei min 16,2 procent, juni min 7,8 en juli min 3,6. Drie dalende maanden op rij, samen goed voor het grootste deel van de voorsprong uit het eerste kwartaal.
Zeven maanden zijn geen heel jaar, en 2026 ligt nog iets boven 2025. Maar de samenvatting dat het aantal inbraken stijgt, klopt niet meer: die stijging zat in het eerste kwartaal en is daarna weggeëbd.
De beweging zit niet in de grote steden
Amsterdam min 0,2 procent, Rotterdam min 1,0 procent, Eindhoven min 0,5 procent en Utrecht min 21,3 procent, gerekend over januari tot en met juli. In Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven staat de teller dus vrijwel stil, en Utrecht daalt fors. De uitschieters zitten in middelgrote gemeenten: Westland plus 49 procent, Nijmegen plus 40, Amstelveen plus 36 en Haarlem plus 31 procent. Dat zijn kleinere aantallen, waardoor een verschil van enkele tientallen inbraken al een fors percentage oplevert.
Benieuwd hoe jouw eigen gemeente of wijk het doet? In de Inbraakmonitor staan de politiecijfers per gemeente en per wijk, elke maand ververst.
De lange lijn: van 92.075 naar 21.615
Zet je 2026 naast de CBS-reeks vanaf 2010, dan valt die beweging in het niet. 2012 is het hoogste jaar in die reeks, met 92.075 woninginbraken. In 2024 waren dat er 22.415 en in 2025 nog 21.615, een daling van ruim 76 procent ten opzichte van de piek. Dat cijfer over 2025 komt van het CBS; de politiedata komen uit op 21.628, twee registraties met elk hun eigen peilmoment.
Die reeks liep niet in één rechte lijn. Na dertien jaar van netto daling sinds de piek van 2012, met een onderbreking in 2022, staat het aantal op ongeveer een kwart van toen. In 2022 gingen de inbraken juist omhoog, met 3,5 procent, van 23.615 naar 24.450. De daling bestaat dus uit twee blokken: 2013 tot en met 2021, en 2023 tot en met 2025.
De pakkans: ongeveer 1 op de 19
Dit cijfer wijst duidelijk een kant op. Het ophelderingspercentage voor woninginbraak kwam in 2025 uit op 5,3 procent, het laagste percentage in de CBS-reeks, die in 2010 begint. Wel geldt: het CBS merkt de jaren 2024 en 2025 aan als voorlopig, dus dit percentage kan nog iets oplopen als er later alsnog zaken worden opgehelderd. Bijna 95 procent blijft dus onopgelost. Opgehelderd betekent in de CBS-definitie dat er ten minste een verdachte bekend is. Dat is nog geen aanhouding en geen veroordeling, dus de echte kans dat iemand wordt gestraft ligt nog lager. In aantallen: 1.145 opgehelderde zaken in 2025, tegen 1.900 in 2024. Dat is bijna 40 procent minder in één jaar, terwijl het aantal inbraken zelf ook daalde.
In de eerste versie van dit artikel stond het getal 1 op de 22. Dat getal bestaat, maar het slaat op de bredere categorie inclusief schuur, garage en box: daar werd in 2025 4,4 procent opgehelderd. Voor woninginbraak alleen is het ongeveer 1 op de 19. Reken er dus niet op dat je spullen terugkomen.
Aangifte doen blijft nuttig: zonder aangifte kom je bij vrijwel geen enkele verzekeraar verder, en telt de inbraak niet mee in de cijfers waarop de politie haar inzet verdeelt. Preventie is wel de enige knop waar je zelf aan kunt draaien.
De zomer is niet het hoogseizoen
Hier stond eerder, op gezag van de Inbraakbarometer van Interpolis, dat het aantal inbraken in de zomer zo’n 16 procent hoger ligt dan in de maanden ervoor. In de politiedata over 2021 tot en met 2025 ligt de zomer inderdaad iets boven de drie voorjaarsmaanden, maar veel minder ver, en vooral: ver onder de winter. De conclusie die eraan hing, dat de zomer het hoogseizoen is, klopt niet.
Zet je alle maanden op een index met het jaargemiddelde op 100, dan is het patroon onmiskenbaar: december is met 136 de drukste maand, april met 78 de rustigste. December ligt ruim 60 procent boven juni. Oktober tot en met januari is samen goed voor 39,9 procent van alle woninginbraken, in vier van de twaalf maanden.
Bekijk de cijfers als tabel
| Maand | Index |
|---|---|
| januari | 114 |
| februari | 96 |
| maart | 93 |
| april | 78 |
| mei | 87 |
| juni | 84 |
| juli | 96 |
| augustus | 100 |
| september | 88 |
| oktober | 109 |
| november | 120 |
| december | 136 |
De winter is dus de drukste periode. Het echte dal ligt in het voorjaar, met april op 78 als laagste maand. De zomermaanden zitten daar met 84, 96 en 100 nog boven, maar ruim onder de winterpiek. Dat Interpolis iets anders ziet, betekent niet dat een van beide fout is: Interpolis rekent met claims van verzekerden, de politie met aangiftes, en die twee reeksen moet je niet door elkaar gebruiken. Wij houden hier de politiecijfers aan, dezelfde bron als hierboven.
Dat maakt de zomer geen vrijbrief, maar het moment om je beveiliging op orde te brengen ligt wel voor de drukke maanden, niet erna.
Wat wel werkt
De daling sinds 2012 kwam ergens vandaan: betere preventie speelde daarin een hoofdrol. Inbrekers zijn meestal gelegenheidszoekers die afhaken zodra een woning weerstand biedt. Dit helpt:
- Een SKG-cilinder met kerntrekbeveiliging. Cilindertrekken is een van de meest gebruikte methoden. Lees hoe een cilinderslot werkt en wat de sterren van het SKG-keurmerk betekenen.
- Een strip over de kier. Een anti-inbraakstrip maakt flipperen vrijwel onmogelijk en wrikken een stuk lastiger.
- Alles dicht, ook boven. Een gekiept raam of een openstaand wc-raampje is een open deur.
- Een bewoonde indruk. Verlichting die niet elke dag op dezelfde minuut schakelt, en post die tijdens je vakantie wordt weggehaald.
- De normen van het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Over het effect lopen de cijfers uiteen: de politie noemt tot 90 procent minder inbraakrisico, het keurmerk zelf tot wel 80 procent minder kans op een geslaagde inbraak. Allebei zeggen ze tot, dus dat is een bovengrens en geen gemiddelde.
Twijfel je of je hang- en sluitwerk op orde is? Onze slotenmakers beoordelen het ter plekke, werken met SKG-gecertificeerde cilinders en geven eigen garantie op het werk. Wij zijn zelf niet PKVW-erkend en geven geen PKVW-certificaat af; daarvoor gebruik je het register van het CCV. Meer lees je over inbraakbeveiliging en een slot vervangen.
Doe de check: hoe inbraakgevoelig is jouw woning?
Beantwoord acht vragen en zie direct waar jouw woning kwetsbaar is.
0 van 8 beantwoord
Beantwoord eerst alle acht vragen.
Bronnen: CBS StatLine tabel 83651NED (geregistreerde en opgehelderde diefstallen, 2010 tot en met 2025) en de politie open data via CBS dataderden, tabel 47013NED (maandcijfers per gemeente), laatst bijgewerkt op 17 augustus 2026. De CBS-cijfers over 2024 en 2025 zijn voorlopig en worden afgerond op veelvouden van vijf.
Veelgestelde vragen
Stijgt het aantal woninginbraken in 2026?
Over januari tot en met juli 2026 telde de politie 11.636 woninginbraken, tegen 11.467 in dezelfde maanden van 2025. Dat is 1,5 procent meer. Die plus zit vrijwel helemaal in het eerste kwartaal, dat 10,3 procent boven 2025 uitkwam. Het tweede kwartaal lag juist 6,6 procent lager en ook juli daalde. Van een doorgaande stijging is dus geen sprake, wel van een jaar dat tot nu toe net iets boven 2025 ligt.
Hoe groot is de kans dat een woninginbraak wordt opgelost?
Klein. Het ophelderingspercentage voor woninginbraak kwam in 2025 uit op 5,3 procent, het laagste percentage in de CBS-reeks, die in 2010 begint. Bijna 95 procent blijft dus onopgelost. In aantallen ging het om 1.145 opgehelderde zaken, tegen 1.900 in 2024. Het bekende getal van 1 op de 22 slaat op de bredere categorie inclusief schuur, garage en box. Voor woninginbraak alleen is het ongeveer 1 op de 19.
In welke maanden wordt het meest ingebroken?
In de winter. In de politiedata over 2021 tot en met 2025 is december met een index van 136 de drukste maand, gevolgd door november met 120 en januari met 114. April is met 78 juist de rustigste. December ligt daarmee ruim 60 procent boven juni. Oktober tot en met januari is samen goed voor 39,9 procent van alle woninginbraken, in vier van de twaalf maanden. De zomer is dus niet het hoogseizoen.
In de kennisbank over inbraakpreventie zetten we deze cijfers om in actie: van sloten tot gewoontes.


